Sander Kerkhoffs
Sander Kerkhoffs en zijn vrouw Roos van Dis runnen samen een biologische varkenshouderij in Etten, in de Achterhoek. Ze houden 56 zeugen en groeien naar 540 vleesvarkens. Sander en Roos hebben een duidelijke visie voor de toekomst. Sander: “Op dit moment kunnen de zeugen met de neus in de grond, maar dat willen we ook weer voor onze vleesvarkens. Als je kijkt naar het natuurlijke gedrag van een varken zie je dat hij wil wroeten en een modderbad wil nemen. Dat zijn twee behoeftes die bij een varken horen en als we varkens houden, dan wil ik daaraan voldoen.”
De wens om te boeren zat er al vroeg in bij de Limburgse Sander. Zijn opa en oma in de Achterhoek hadden een boerderij waar hij steevast iedere vakantie naartoe ging. Sander is naar de HAS in Den Bosch gegaan en daarna naar de Universiteit in Wageningen. “Daarna wilde ik nog steeds graag boer worden”, vertelt hij. “In 2007 bood mijn Achterhoeks familie aan dat ik op hun boerderij in Braamt parttime kon boeren om te kijken hoe ik het vond.”
Na verloop van tijd bleek dat twee neven van Sander de boerderij wilde overnemen. Daarom huurde hij in 2012 grond van zijn familie en mocht hij een deel van de schuur gebruiken. Sander vertelt: “Al van jongs af aan had ik het idee: waarom worden varkens niet buiten gehouden? Op een gegeven moment had ik een Bonte Bentheimer voor de hobby. Die ben ik buiten gaan houden. Ondertussen leerde ik een paar jongens kennen die een worstmakerij waren gestart. Zij waren op zoek naar lekker vlees en toen is het balletje gaan rollen.”

Een paar jaar later, in 2014, kwam er in de buurt een plek vrij met grond. Toen zijn Sander en Roos naar Etten verhuisd en breidden ze het bedrijf uit naar 25 zeugen: “De varkens liepen altijd buiten, ook in de winter. Er waren schuilhutjes en een kraamstal, maar vanaf tien dagen ging alles naar buiten.”
In 2024 heeft Sander, na een jarenlang proces van vergunningverlening en financiering, een grote overkapping voor de varkens gebouwd. Daaronder kunnen de varkens liggen, eten en vanuit daar ook weer naar buiten zodat ze met de neus in de grond kunnen. De mest wordt zoveel mogelijk opgevangen en gaat indien mogelijk naar akkerbouwers in de buurt. Voor de vleesvarkens is het voer in de stal (met vrije uitloop) geautomatiseerd en werkt Sander met een systeem waarin zo min mogelijk ammoniak vrij komt: “Er zit een schuine vloer onder de plek waar ze plassen en poepen. De mest valt op de vloer en de urine stroomt er vanaf en komt in een apart kanaal terecht. De mest wordt door een schuif meegenomen. Door het zo snel mogelijk te scheiden is de ammoniakuitstoot zo minimaal mogelijk.”
Op dit moment kunnen alleen de zeugen nog in de wei wroeten, maar hier komt binnenkort verandering in: “We gaan de weides anders indelen. We hebben drie groepen vleesvarkens (verdeeld naar gewichtsklasse) en laten ze rouleren op de verschillende stukken grond. In de toekomst willen we graag meer tuin- en akkerbouw doen en door de varkens te laten rouleren heeft dit een positief effect op de vruchtwisseling van het land.” Daarnaast kunnen ook de vleesvarkens straks een modderbad nemen.
Bij alles wat Sander doet houdt hij voor ogen hoe het nóg beter zou kunnen, ook qua milieu: “We moeten zuiniger met de aarde omgaan. Dat is een van de belangrijkste drijfveren om voor bio te gaan. Zo hebben we een hoop bomen en struiken aangeplant. Goed voor de biodiversiteit, maar ook om CO2 op te vangen. En natuurlijk zijn het fijne schaduwplekken voor de dieren. Een ander voordeel is dat de bomen en struiken het water bufferen, zodat we minder last hebben van droogte.”
Sander is veel bezig met de toekomst, maar hij vergeet niet tussendoor te genieten. “Het hebben van een eigen bedrijf en lekker buiten tussen de dieren bezig zijn is heel mooi,” vertelt hij. “Ik vind het echt leuk om de dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Toen ik net begon had ik grote drinkbakken vol water staan en de varkens, met hun nieuwsgierige aard, gingen met hun kop helemaal onder water en bellen blazen. Dat had ik nog nooit eerder gezien, maar ik kon er echt van genieten om te zien hoe die dieren zo in hun element zijn.”