Menu

Sander van Tongeren

Sander van Tongeren op zijn varkensboerderij
Biologische varkenshouderij Bornerbroek

Sander van Tongeren had nog nooit een varken in het echt gezien toen hij zijn huidige vrouw ontmoette in 1991. Nu heeft hij het bedrijf van zijn schoonouders voortgezet en runt hij een biologische varkenshouderij met 60 zeugen en 400 vleesvarkens. Sander: “Ik heb de verantwoordelijkheid voor de dieren en voel me dus ook verantwoordelijk voor hun welbevinden. Ik pas me als boer aan op wat de varkens graag willen, niet andersom.”

De schoonouders van Sander zijn het boerenbedrijf ooit begonnen met gangbare varkens, koeien en kippen. Toen Sander in 2000 in het bedrijf kwam waren er 180 zeugen en 1100 vleesvarkens. “Vroeger wilde ik veearts worden, maar via een omweg heb ik de Hogere Landbouwschool afgerond. Ik ben bij een varkensboer hier in de buurt gaan werken en toen mijn schoonouders een stapje terug wilde doen ben ik langzaamaan meer in het familiebedrijf gaan werken.”

Er was een uitbreidingstraject en het duurde 7,5 jaar voordat Sander en zijn schoonfamilie de vergunning kregen. “Inmiddels was het 2015 en tegen die tijd kreeg ik mijn twijfels of we die uitbreiding wel moesten doen. Mijn schoonzus is veearts en via haar leerde ik meer over biologisch. Het was direct een bepaalde vonk die oversprong, dat biologische leek me wel wat.”

Sander van Tongeren met varken
“De overgang naar biologisch ging heel soepel."

Sander kwam al snel in gesprek met De Groene Weg en in 2016 kwam de vraag of hij zo snel mogelijk kon omschakelen. Sander: “De overgang naar biologisch ging heel soepel. Ik heb het geluk gehad dat we de stallen redelijk gunstig hadden staan. Helaas moest er wel een nieuwe varkensstal gesloopt worden om een uitloop te creëren. Bij de andere stallen heb ik van binnen alles vernieuwd, maar verder viel het mee. Dan valt het financieel ook beter te behappen.”

Sander heeft veel vertrouwen in de biologische sector: “Er zit groei in. Je produceert niet voor de massa, maar vanuit vraag. Het risico dat je dan slecht draait is kleiner. Ook vanuit de samenleving is er steeds meer vraag naar biologisch.” Daarom vindt Sander het zo belangrijk dat de vraag en het aanbod gereguleerd wordt en dat maakt de samenwerking met De Groene Weg ook prettig: “De Groene Weg is heel duidelijk: we nemen precies af wat we nodig hebben. Dat geeft een bepaalde zekerheid en dat is voor mij heel fijn.”

De omslag naar biologisch bracht ook zichtbaar meer leven op het erf. Vroeger hingen er plakkers voor vliegen in de stal en spoten we gif, maar sinds er zoveel zwaluwen zijn is dat overbodig geworden: de zwaluwen eten alle vliegen in de stal op. “Onkruidacceptatie” is een belangrijk aspect in de bedrijfsvoering: “In het verleden was het op de boerderij altijd heel strak en opgeruimd. Eigenlijk had de natuur geen kans om zich te ontwikkelen. Nu laat ik de natuur meer haar gang gaan en dat heeft veel positieve effecten.” Op het erf van Sander zijn er sindsdien patrijzen, fazanten en kieviten, maar ook kerkuilen, dwerguilen en torenvalken. Sander licht toe: “Kerkuilen en dwerguilen samen op een erf? Ik had het niet verwacht, maar dat gaat prima. Dat maakt het leuk en grappig tegelijk. Ik hoef er helemaal geen moeite voor te doen!”

Sander is blij met de omschakeling naar biologisch: “Ik heb totale vrijheid binnen alle regels waar je als bio-boer aan moet voldoen. Toen ik in het gangbare zat kreeg ik steeds nieuwe regels vanuit de overheid op me afgeschoten. Bij biologisch heb je te maken met Europese regels en die zijn stabieler. Je bent strenger bezig, dat weet je van tevoren, maar er zijn duidelijke marges en dat bevalt me uitstekend.” Ook het werken met de dieren bevalt Sander heel goed: “Het varken staat voor mij centraal. Wat kan ik veranderen om het beter te maken voor ze? In het gangbare bepaalt de boer en bij biologisch bepaalt het dier. Het is belangrijk om daarin te kunnen mee bewegen.”

De varkens hebben een schone, droge ligplaats én een plek waar ze in de bagger kunnen liggen. Maar met heel warm weer hebben de varkens andere behoeftes. “Dan gaan ze in de nattigheid van hun hok rollen. Het vocht op het lichaam verdampt en dat verkoelt. Dus op die dagen laat ik het hok soms lekker smerig.”, aldus Sander. Er is meer ruimte voor het natuurlijke gedrag van het varken: “Vroeger waren het wilde zwijnen, alles wat wild was is eruit gefokt, dacht ik. Maar toen het moment daar was, wisten de zeugen direct hoe ze een nest moesten maken. Een van de mooiste dingen om te zien is een zeug op haar eigen gemaakte nest met een koppel biggen erbij. Dat is gewoon mooi. Precies hoe de natuur het bedoeld heeft.”