De boer op: Marcel Peek, schapen- en rundveehouderij

Zeg je voorjaar, dan zeg je lammetjes. Daarom gaan we in de rubriek ‘de boer op’ deze maand langs bij Marcel Peek. In het enige groene gedeelte van de stad Utrecht heeft hij een biologische schapen- en rundveehouderij. We zijn precies op het goede moment, want het is lammertijd! Vorige week zijn de lammetjes voor het eerst de wei in gegaan. En dat is voor een schapenboer een van de leukste tijden van het jaar.

Marcel is geboren en getogen op deze plek. Hij was altijd al een natuurmens, maar werd niet meteen boer. Zeventien jaar lang werkte Marcel als timmerman, tot hij zeven jaar geleden zijn baan opzegde om ook bedrijfsmatig te gaan boeren. Wat altijd een hobby was met zo’n vijftig schapen, werd nu echt zijn werk. “Mijn broer had het melkveebedrijf van mijn vader overgenomen. Toen hij stopte, ontstond er voor mij een mogelijkheid. Het was altijd blijven kriebelen, dus dit was mijn kans. Mooi om de vierde generatie te zijn op deze boerderij.” 

Weidevogels

Het bedrijf was niet biologisch, maar Marcel maakte al gauw de overstap. “Als klein jongetje zat ik hier altijd al in de polder. In het voorjaar zag ik de kieviten, grutto’s en patrijzen op het land en daar genoot ik enorm van. Helaas loopt de biodiversiteit de laatste jaren terug. Ook de weidevogels en insecten.” Biologisch boeren is voor Marcel een mogelijkheid om hier verandering in te brengen. “Ik heb sterk de overtuiging dat het anders kan. Dat je als boer veel mogelijkheden hebt om de natuur te bedienen. Een hoekje voor een bunzing, een mestkast voor uilen, een kruidenwei voor vogels. Veel mensen hebben die mogelijkheid niet thuis. Als boer heb ik dat wel. Helemaal als biologische boer; ik kan de natuur echt naar de boerderij halen.” 

Weer naar buiten

Inmiddels houdt Marcel zo’n 100 fokschapen en 50 melkkoeien op biologische wijze. In het voorjaar komen daar nog zo’n 200 lammetjes bij. De dieren hebben dan een lange winter binnen gezeten. “Op het moment dat de ooien gaan lammeren, houd ik ze binnen om ze goed in de gaten te kunnen houden. Dat lukt niet als ze overal in de wei lopen.” En ook als de lammetjes eenmaal zijn geboren, blijven ze nog even in de stal. “De moeders moeten een band opbouwen met hun jongen, daarom zonder ik ze even af. Als het weer het dan toelaat kunnen ze eind maart, begin april lekker samen naar buiten. En dat is echt een feest voor de schapen! De lammetjes rennen samen in de wei. Je ziet ze echt genieten!”

Kruidenwei

De biologische dieren van Marcel hebben lekker veel ruimte. Zowel binnen als buiten. En dat zijn niet alleen buitenkavels aan de stal, maar ook weilanden en een kruidenwei. “Een gewoon weiland bestaat uit grassen. Kruiden zijn eigenlijk alle plantjes die geen grassen zijn, zoals bochtige klavers, zwarte zegges, koekoeksbloemen en knoopkruid. Zo’n kruidenwei zorgt voor hele andere insecten, vlinders en vogels. We gebruiken geen kunstmest en verschralen de grond. Zo krijgen minder gangbare planten meer ontwikkelingsruimte en leefruimte.” En ook voor de schapen is het heerlijk. “Zij lopen daar maar al te graag. Lekker grazen en met de volle buik luieren onder de rij knotwilgen.” 

Lammetjesdagen

Marcel eet eigenlijk het liefst vlees van zijn eigen dieren. “Ik weet met hoeveel liefde die dieren zijn opgegroeid. En ik breng ze uiteindelijk zelf naar De Groene Weg. Ik weet dat ze ook daar goed voor mijn beestjes zorgen.” De boer is blij dat hij vier jaar geleden op de bio-beurs in contact kwam met De Groene Weg. “Ik zocht nog afzet voor mijn lamsvlees en we raakten aan de praat. Toen is het balletje gaan rollen. We zijn nu een aantal jaren verder en de samenwerking loopt goed. Het is fijn dat ik als leverancier minder anoniem ben dan in de reguliere veehouderij.” Zo is Marcel een tevreden boer, met liefde voor zijn dieren en mooie ambities voor de toekomst. “Hoe meer natuur en biodiversiteit ik de komende jaren hier kan ontwikkelen, hoe beter. Daar werk ik hard aan. En als ik dan met lammetjesdagen daarvan ook andere mensen kan laten genieten, is mijn plaatje compleet!”