NL
en
Menu

Stephanie van der Wel

Boerenportret Stephanie van der Wel
Biologische schapenhouderij in Melissant

In 2017 heeft Stephanie van der Wel (1985) de boerderij van haar ouders overgenomen. Het voormalige melkveebedrijf heeft ze samen met haar partner Ingrid getransformeerd in een hotspot van biodiversiteit. Stephanie beheert met 20 koeien, 50 schapen en 80 lammeren 130 hectare natuurland. De enorme bloementuin op de huiskavel is het werk van Ingrid.

In 1991 hebben de ouders van Stephanie de boerderij in Melissant (ZH) gekocht om het melkveebedrijf, dat ze elders hadden, voort te zetten. Als klein meisje wilde Stephanie boerin worden maar in haar puberteit verdween die wens naar de achtergrond: “Ik had meer interesse in uitgaan en dacht niet serieus na over mijn toekomst. Na de middelbare school heb ik voor een zorgopleiding gekozen. Toen ik 19 was, verkocht mijn vader de melkkoeien. Daardoor werd ik wakker: ik wilde boerin worden. Mijn vader zei: als je dat echt wilt, ga dan eerst maar eens voor een ander werken. Ik heb gauw mijn scriptie afgemaakt en ben bij een biologische geitenboer aan de slag gegaan. Van hem heb ik ook veel van het boerenvak geleerd. In 2005 stopte mijn vader definitief als melkveehouder en deed alleen nog loonwerk. Eind 2017 heb ik het bedrijf overgenomen.”

Natuurondernemer
Het ondernemersavontuur begon voor Stephanie met schapen, een handjevol koeien en twee hectare eigen grond naast de boerderij: “Omdat landbouwgrond te duur is voor vleesvee pacht ik 130 hectare van Natuurmonumenten. In dit natuurgebied werk ik samen met een andere biologische boer. Het begrazen en maaien staat in dienst van de flora en fauna. Zo laten we bijvoorbeeld stroken staan voor dieren zoals vlinders, bijen, vogels, insecten, reeën, hazen, enzovoorts. Ik zie dat mijn koeien en schapen een heel gevarieerd graaspatroon hebben. Ik vind het mooi om te zien dat ze naast grassen bijvoorbeeld ook wilgenbladeren, weegbree en zuring eten.”

Boerenportret Stephanie van der Wel
Korte keten

Sinds 2020 werkt Stephanie biologisch: “De eerste jaren verkocht ik de lammeren voor de handel. Ik had geen idee waar ze geslacht en verkocht werden. Als je voor vleesvee kiest, dan weet je dat het dier op een gegeven moment wordt geslacht. Maar ik wil niet dat mijn dieren over de hele wereld worden gesleept, zoals die dieren op het vastgelopen schip in het Suez-kanaal. Ik heb er voor gekozen om dieren te verzorgen en dan wil ik het complete plaatje, van het begin tot het eind, in eigen hand hebben. Ik ben op zoek gegaan naar een korte keten en kwam uit bij De Groene Weg. De dieren worden hier bij mij geboren en ze grazen tot ze volwassen zijn in de natuurgebieden. Alleen in de lammertijd komen de schapen een paar weken naar huis. Op stal geef ik ze een beetje biologisch krachtvoer, verder eten ze alleen maar gras en hooi uit de natuurgebieden. Als de dieren slachtrijp zijn, haalt De Groene Weg ze bij mij thuis op. Ze worden in Nederland geslacht, verwerkt en verkocht.”

Hart voor dieren
Als natuurboerin is Stephanie helemaal in haar element: “Natuur en avontuur passen bij mij en ik heb hart voor dieren. Ieder dier heeft een eigen karakter. Doordat ik met ze bezig ben, leer ik ze kennen. Dat vind ik gewoon mooi.” De natuur, het vee, de bloementuin en het tuincafé. Voor Stephanie hangt alles samen: “Het mooie hooi uit de natuurgebieden is voer voor de dieren, het slechte hooi gebruiken we als strooisel in de stal. De ruwe mest gaat terug naar het land en geeft een boost aan het bodemleven. De bloementuin biedt aan insecten een onderkomen, waaronder veel soorten dag- en nachtvlinders. De uitgebloeide bloemen laten we ’s winters staan als vogelvoer en schuilplaats. Voor meer beschutting in het landschap maken we takkenrillen en planten we bomen aan. In de stal broeden boerenzwaluwen en ik zie bonte en vooral groene spechten op ons erf. Het één versterkt het andere.”